• GREBBEBERGRIT 2026

Techniek – Kilometertellers

Dit artikel geeft achtergrondinformatie over de werking van kilometertellers. Kilometertellers moeten de juiste snelheid van een voortuig aangeven. Dit doen ze door de rotatie van een wiel of in sommige gevallen een as in de motor te vertalen naar beweging van de naald in de teller. Dit kan zowel mechanisch als elektrisch. Daarbij kan dan nog weer een onderscheid gemaakt worden tussen kilometertellers en toerentellers.

De meest voorkomende vorm voor een kilometerteller is de combinatie van een wormwiel in het voorwiel, een bowdenkabel die door het wormwiel aangedreven wordt en de teller die de draaiing van de kabel omzet in een uitslag van de meter.

Er zijn ook andere mogelijkheden waarbij het wormwiel in het motorblok zelf zit in plaats van een wiel, of de mogelijkheid om bij elke draaiing van een wiel of as een elektrische puls te geven aan een teller die zo weet hoeveel omdraaiingen per seconde er zijn, en zo hoe snel het voertuig gaat of hoeveel toeren er gemaakt worden.

Een voorbeeld

Stel je hebt een Zündapp 517 C50 Sport met 517-05. In de gebruikershandleiding staat dat deze de volgende banden heeft: 21″ x 2.75″. Het betreft hier de oude maatvoering waarbij 21″ de buitenmaat is van het gehele wiel. De omtrek van dit wiel is gelijk aan 2 x Pi x r = 2 x 3.14 x 10.5″ (inch) = 167.5 cm. Elke keer dat het wiel ronddraait zijn we dus 1.675m verder.

In de remplaat zit een wormwiel dat aangedreven wordt door het wiel. Daar zit een bepaalde overbrengingsverhouding in. Stel dat deze overbrenging 1.675 is. Dan raait deze dus elke omwenteling 1.675 keer rond per 1.675 meter, ofwel precies 1 keer per meter. De kilometertellerkabel draait dan dus ook precies 1 keer per meter om.

Een mechanische kilometerteller moet dan in staat zijn om het aantal keer dat de kabel ronddraait per seconde, om te zetten in km/uur. Dat gebeurt met een intern mechanisme dat in staat is om de frequentie van de omwenteling om te zetten.

Stel nu eens dat je 1 meter per seconde rijdt, wat gelijk is aan 3.6 km/h. In dat geval krijgt de teller dus 1 omwenteling per seconde te verwerken in dit geval. De teller moet dan zo werken dat bij 1 omwenteling per seconde er 3.6 aangeven wordt op de wijzerplaat. Rij je 10 meter per seconde, dan krijgt de teller 10 omwentelingen te verwerken en moet er 36 op de wijzerplaat aangegeven worden.

De W-waarde

Is het dan zo dat alle tellers gelijk zijn en allemaal 3.6 km/h aangeven bij 1 omwenteling per seconde? Nee, dat is niet het geval. Een fabrikant als Zündapp maakte modellen voor één land met 19″ wielen, maar dat kon in een ander land vanwege andere regelgeving 21″ moeten zijn. Voor 21″ wielen worden dan andere velgen en spaken gebruikt, maar de wielnaaf inclusief remschoenen en wormwiel blijft dan gelijk (dat is namelijk veel duurder om aan te passen).

Nu is er echter wel een probleem. Als beide modellen 40km/h rijden, dan moet het kleinere wiel van 19″ veel vaker ronddraaien om dezelfde afstand af te leggen in een uur als het wiel van 21″. Om precies te zijn 21/19 = (21/19) – 1 = 10.5% vaker. Het wormwiel draait dus ook 10.5% vaker en daardoor staat de kilometerstand op het model met 19″ wielen dus óók 10.5% te hoog.

Om dit probleem op te lossen kan een kilometerteller afgesteld worden. De wijzer kan dan wat meer of minder uitslaan. Dit noemen we de W-waarde. W staat hier voor ‘Wegdrehzahl’ of ‘Wegstreckenzahl’ in het Duits.

In het Nederlands noemen we deze waarde Wegimpulsgetal, Tachoconstante of Apparaatconstante.

Op veel oude mechanische kilometertellers staat dit getal achterop aangegeven. Voorbeelden zijn W=1, W=1.05 of W=0.8. Deze waarde staat dan voor hoeveel omwentelingen de tellerkabel moet maken per meter afgelegde weg.

De mate waarin tellers afgesteld kunnen worden is beperkt en fabrikanten van tellers willen ook niet een oneindig aantal tellers maken, dus er is een soort van afspraak dat de voertuigen die van een bepaald type teller gebruikt maken binnen een bepaalde bandbreedte blijven. Bijvoorbeeld de kilometerteller moet draaien binnen 0.7 en 1.3 keer per meter. De W-waarde ligt dan dus tussen de 0.7 en 1.3.

Op deze manier kunnen fabrikanten van voertuigen spelen met dingen als wielmaat, type band, overbrenging in de naaf en andere zaken die de W-waarde beïnvloeden zonder dat de tellerfabrikant aparte tellers hoeft te maken.

Per type voertuig wordt dan bepaald wat de W-waarde moet worden en daarop wordt voor dat type de teller afgesteld. Zo kunnen alle typen van een bepaald voertuig, zolang de onderdelen die invloed hebben op de W-waarde maar gelijk blijven, af fabriek geleverd worden met een teller met een bepaalde W-waarde.

Wat betekent dit voor een restauratie?

Als je bedenkt dat een W-waarde niet gelijk is voor elk type bromfiets, is het dus niet verwonderlijk dat je niet zomaar elke teller kunt kopen die van een Zündapp komt. Je moet een teller kopen die past bij jou model en je moet je ervan bewust zijn dat wanneer je banden vervangt met een hoger profiel, je teller niet meer accuraat is.

Vaak zie je een cockpit met tellerset te koop; maar koop deze niet blind; zorg ervoor dat het past bij jouw model.

Hoe zit dat dan met elektronische tellers?

Bij elektronische toerentellers is het eigenlijk niet heel anders. Daarbij komt in plaats van een mechanische impuls echter een elektrische impuls binnen bij de teller en de frequentie is ook vaak heel anders.

Neem als voorbeeld een Zündapp elektrische toerenteller. Deze wordt vaak aangesloten op de lichtspoel. Omdat er een wisselspanning ontsteking in de meeste Zündapps zit, gaat er een puls (die piek van de wisselspanning) naar de teller elke keer wanneer de permanente magneet in de ontsteking langs een spoel gaat.

Hebben elektronische tellers dan ook een W-waarde?

Elektronische tellers hebben geen W-waarde in de zin van een waarde van 1 betekent 1 omwenteling per meter, maar ze zijn wel degelijk specifiek. In dit geval gaat het om het aantal pulsen dat de teller verwacht van een bepaalde ontsteking.

Neem een elektronische toerenteller. Stel, je hebt een ontsteking met 1 verlichtingsspoel, zoals de meeste oude Zündapps met de Bosch puntenontsteking. Stel vervolgens dat er vier permanente magneten in het vliegwiel zitten. De wisselspanning die dan ontstaat zou in dat geval vier positieve pieken leveren en vier negatieve pieken. Afhankelijk van het ontwerp van de toerenteller zou deze dan 4 of 8 ‘pulsen’ krijgen per omwenteling van de krukas.

Hier zit dan ook direct een vergelijkbaar probleem als met de kilometerteller: verander je het aantal spoelen in je ontsteking, dan klopt je toerenteller niet meer en kan zelfs stuk gaan.

Pulsenreduceerder

Wanneer je een oude Bosch puntenontsteking vervangt door een elektronische ontsteking (bv. een Kokusan) dan is het aantal pulsen wat opgewekt vaak anders. De oude Bosch ontsteking had bijvoorbeeld 12.000 pulsen als verwachting (maximaal), een veel voorkomend aantal, maar de nieuwe ontsteking kan bijvoorbeeld 36.000 pulsen hebben (komt ook veel voor). Je zult dan een zogenaamde pulsenreduceerder (een klein elektronisch apparaatje) moeten gebruiken wat je even tussen de output van de nieuwe ontsteking en ingang van de oude teller zet. Op die manier klopt het weer.

Let op: bij heel moderne elektronische tellers kan het puls getal gewoon geprogrammeerd worden, maar dat is met onze Zündapps nog niet het geval.

Een aantal voorbeelden van tellers gebruikt door Zündapp3

Om aan te geven dat het niet gaat om maar een paar modellen tellers; hier een aantal voorbeelden van tellers. Let op; soms kan het gewoon gaan om een ander glaasje / randje / rubber, maar je kunt aan het verschillende onderdeelnummer zien dat ze niet helemaal gelijk zijn.

ArtikelnummerOmschrijvingModel
423-16.723Tachometer, VDO423, 428, 429
424-16.710Tachometer Skala von 0-80 km435
432-16.710Tachometerkopf, VDO433, 510
434-16.703Tachometer, VDO434, 442, 446
434-16.704Tachometer, VDO442
436-16.721Tachometer 0-60 mph438
440-16.701Tachometer, ab Fg.-Nr. 5 642 790 (ohne Bügel), VDO440-441, 441, 517
444-16.703Tachometer Ø 48, 60 Km/h, VDO444, 447, 460, 462
447-16.907Tachometer Ø 60, 60 Km/h bel., VDO447, 460, 462
448-16.900Tachometer 80km/u gleich an 529-16.915, VDO448
510-16.737Tachometer510-40
511-16.715Tachometer, bis Fg.-Nr. 5 642 789 (mit Bügel), VDO433, 511, 515, 516, 517
514-16.701Tachometerkopf, VDO514
514-16.702Tachometerkopf, VDO514
517-16.712Tachometer, beleuchtet für Modell '68, VDO517
517-16.715Tachometer für 517-24 L1 24 L2, VDO517
517-16.728Tachometer Ø 48 mm, 100 km/h, VDO517
517-16.744Tachometer beleuchtet, VDO517
517-16.754Tachometer Ø 60 mm, 100 km/h, VDO517
517-16.787Tachometer beleuchtet, VDO517
518-16.700Tachometer, VDO517, 518
518-16.717Tachometer beleuchtet, VDO517, 518
519-16.713Speedometer 60 mm Ø519
519-16.724Tachometer Ø60 mm, M18x1,5, VDO520
519-16.752Tachometer Ø 84 mm, 0- 80 km/h, VDO517
519-16.753Tachometer Ø 60/84 mm, 80 km/h, VDO517
519-16.797Tachometer 60 mm, 80 km/h, VDO517
520-16.702Tachometer, VDO521
520-16.713Speedometer with bow520
521-16.719Tachometer Ø 65, 1,2 W ab Fahrgestell-Nr. 6112 625 bis Fahrgestel 1-Nr. 6 113_9 92, VDO521
521-16.736Tachometer 140 km/h, VDO521
521-16.797Tachometer 41 mm hoch, VDO521-50
521-16.913Tachometer 31 mm hoch, VDO521-50, 521
521-16.914Tachometer Ø 80, 0,6 W 140km, VDO521-50, 521
529-16.907Tellerklok Ø 60, 80 km/h, Huret529
529-16.908Tellerklok 80 km/h, VDO529
529-16.915Tachometer kpl. 6V 0,6 W, 80 Ø gleich an 448-16.900, VDO448, 529, 540
529-16.919Tellerklok Ø 60 80 km/h, VDO529
530-16.704Tachometer 140 Km, 41 mm hoch, VDO530
530-16.901Tachometer 140 Km, 31 mm hoch (Ziffernblatt grün), VDO530
530-16.906Tachometer kpl. Ø 80, 0,6 W, VDO530, 540
537-16.901Tachometer kpl. 12V2 W 80 Ø, VDO537, 540
540-16.727Tachometer 0-120km/h beleuchtet mit Bügel, CEV540
561-16.701Tachometer für 517-06 LP, VDO517
6770 z 58Speedometer Indicating Miles, VdoBella
M 6780 kz 319Tachometer, VDO423

3Met dank aan Arjen